Maandbrief maart 2025    40 dagentijd

Mededogen











 


Op een van de Paasdagen 1999 bezocht ik het Jopie Huisman museum in Workum. Zoals velen met mij was ik geraakt door  de tekeningen en schilderijen van Jopie.  Ook, omdat de schilder een bijzonder levensverhaal heeft. Als voormalig voddenboer zag hij wat waardeloos werd bevonden en dus weggedaan. Jopie legde deze onaanzienlijke voorwerpen, kledingstukken vast met zijn potlood en penseel. Door de ontroering die over de bezoekers komt als zijn werken  worden gadegeslagen wordt hij wel de schilder van het mededogen genoemd. Alles van waarde is weerloos ( Lucebert) en ook kostbaar,  vond Jopie. Hij zei daar indertijd over :

“Onze wereld wordt niet gekenmerkt door wat we zien maar door wat we over het hoofd zien”…En zo werden de oude schoenen, de versleten en zorgvuldig gestopte  onderbroek én de weggegooide en stukgespeelde poppen door zijn blik van mededogen gezien en vastgelegd. En wij, de bezoekers kijken met hem mee en zijn geraakt. Aandacht voor de kleine dingen en voor de mensen die voorbijgelopen werden,  had Jezus ook. Bij hem werden  onaanzienlijken  opgemerkt en opgetild tot een sfeer van mededogen en gebracht binnen een  rechtvaardiging van het menselijk bestaan. Hij leefde immers Liefde. Zo ook Jopie Huisman…Talrijk zijn de verhalen over deze bijzondere man. Hij was heel vaak in zijn museum te vinden en keek dan naar de bezoekers of legde contact.

Zo maar kon hij zeggen: hemel en hel heb ik in mijn leven zelf ondervonden maar uiteindelijk heeft mededogen en heeft  liefde in mij de overhand gekregen en worden dingen die verachtelijk worden bevonden door mij betoverd  en krijgen ze  door de toeschouwer een glans.  

En ik?  Ik werd ook bevangen en betoverd tijdens dat bezoek. Ik raakte geroerd door de schildering van de twee poppen. Ik zag er van alles in: twee mensen die geslagen zijn door het leven en met lege ogen naar de toekomst kijken; of en ook, zich aan elkaar vastklampen in lijden in  onderdrukking.

Ik kan er zelfs in deze veertig dagentijd de Emmaüsgangers in zien die na de dood van Jezus ontredderd terugkeerden van Jeruzalem.

Ik kocht de reproductie van de twee poppen. Jopie vroeg wat ik er in zag. Ik vertelde wat ik gevoeld had. Hij luisterde aandachtig en zei toen:

                                   “Er gaat altijd Liefde mee”

                 En zie: hij schreef het achterop mijn kostbare aankoop.  

  Liefde en mededogen: dat dit ons  mag vergezellen in de veertig dagen tijd                

                                         én daarna..

 

                                                                                                                  Tineke

                               ( Jopie Huisman   1922-2000)

Pasen

Een diep verdriet dat ons is aangedaan

kan soms, na bittere tranen, onverwacht

gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,

op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.

Waar onderdijks een stukje moestuin lag

met boerse rijtjes primula's verfraaid,

zag ik, zondags getooid, een kindje staan.

Het wees en wees en keek mij stralend aan.

De maartse regen had het 's nachts gedaan:

daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

 

                                                           Ida Gerhardt-Pasen


Er zijn momenten waarop het landschap spreekt, waarop het water een herinnering draagt en de lucht een vermoeden wekt. Ida Gerhardts gedicht vangt zo'n moment: een wandeling op een zeer vroeg moment in de ochtend langs de IJssel. En ze dicht over een beweging van Pasen in haarzelf: een innerlijke verschuiving die langzaam zichtbaar wordt in de manier waarop ze waarneemt.

 

Gerhardts wandeling langs Zalk is meer dan een geografische route; het is een beeld van de weg die de ziel aflegt. Zoals Maria Magdalena bij het lege graf aarzelt en zoekt, zo tast ook de ziel van de dichter naar het besef van opstanding. Pasen lijkt hier geen zekerheid van een opgelegd geloof, maar eerder een proces van herkenning. De ziel moet wennen aan het licht, aan de gedachte dat dood niet het laatste woord heeft.

 

Wie ooit rouw heeft gekend, weet dat troost niet met grote woorden komt, maar in kleine tekens: een herinnering die verwarmt, een stem die ons bij onze naam roept. De steen wordt weggerold, maar het verstaan daarvan kost tijd. Pasen na verdriet is geen eenduidig moment van triomf, maar een beweging van ontwaken, van ontvankelijk worden voor het onverwachte heil.

 

Opvallend in Gerhardts gedicht is het beeld van de doopnaam, gezaaid in tuinkers. Dit kleine, tedere gebaar roept een diep besef van identiteit en opstanding op. De naam, die bij de doop werd gegeven als een belofte, kiemt opnieuw in iets kwetsbaars, iets dat groeit, iets dat nieuw leven draagt. Het herinnert ons eraan dat opstanding niet een groots eschatologisch moment is, maar besloten ligt in het alledaagse, in het zachte groen dat door de aarde breekt.

 

Tuinkers groeit snel, onopvallend en eenvoudig, maar het is levend, ademend, een teken van wording. Zo kan ook Pasen in de ziel beginnen—niet als een luid verkondigd wonder, maar als iets dat voorzichtig ontkiemt.

 

Anneke van der Velde

predikant Remonstranten Meppel en Hoogeveen





                  



 


Deel deze pagina